Uitleg over de jachtsport
Jagers zijn mensen die een jachtakte hebben, dat zijn er in Nederland zo'n 28.000. De jachtakte wordt aangevraagd bij de politie. De politie geeft alleen een jachtakte af als de aanvrager:
minstens 18 jaar is  het diploma van het jachtexamen gehaald heeft  WA-verzekerd is voor de jacht  aan kan tonen dat hij een jachtveld in Nederland heeft  geen strafblad heeft.
Het diploma van het jachtexamen is te halen na de jachtcursus, die ongeveer een jaar duurt. De cursus wordt gegeven door de Stichting Jachtopleidingen Nederland (SJN) en de Nederlandse Organisatie voor jacht en Grondbeheer (NOJG). De cursus bestaat uit een theorie deel en drie praktijk onderdelen, waarbij de veilige omgang met het geweer erg belangrijk is.

Er zijn ongeveer 30.000 jagers in ons land. Zij hebben heel wat kennis van de Nederlandse natuur. Ze jagen in Nederland op vijf wildsoorten: konijn, haas, fazant, wilde eend en houtduif. Voor deze dieren geldt een jachtseizoen.
Daarnaast worden jagers ook ingeschakeld voor het beheer van grote hoefdieren, zoals reeën, edelherten, damherten en wilde zwijnen. Deze dieren kennen in Nederland geen natuurlijke vijanden. Jagers worden ingeschakeld om de populaties te beheren.
Het optreden van jagers wordt ook gevraagd bij (dreigende) landbouwschade. Dit kan veroorzaakt worden door de wildsoorten, maar ook door dieren die in principe gedurende het hele jaar beschermd zijn, zoals bijvoorbeeld knobbelzwanen, meerkoeten en ganzen. 


Geschiedenis van de jacht      Terug naar boven

In de ontwikkeling van de mens is een lange periode geweest waarin hij slechts verzamelaar was. Hij was voor zijn voedsel afhankelijk van wat hij vond tijdens zijn rondzwervingen en met het verzamelen van voedsel, op deze wijze was het grootste deel van zijn leven gevuld. Later werd hij ook jager, wat inhield dat hij zelf actie ondernam om voedsel, in de vorm van eiwitrijk vlees, te bemachtigen. Inventiviteit, vernuft en de kennis van de leefwijze van de dieren stelden hem in staat om de dieren te kunnen bejagen en te
bemachtigen.

Het volgende stadium in de ontwikkeling van de mens was dat van landbouwer/veehouder. Was jagen naast het verzamelen eerst alleen bedoeld om voedsel te verkrijgen, nu werd de jacht een belangrijk middel om de eigendommen te beschermen. Roofdieren die zijn vee belaagden, werden bejaagd evenals de plantenetende dieren die het op de oogst hadden voorzien.

In de middeleeuwen werd jacht gezien als een belangrijke training voor het oorlogvoeren. Tijdens de jacht, die toen veelal te paard werd uitgeoefend, trainde de ridder alle vaardigheden die later in het krijgsgewoel voor hem het verschil tussen leven en dood zouden kunnen betekenen. Weer later werd jacht een tijdverdrijf dat alleen was voorbehouden aan de grootgrondbezitter. Indertijd stonden er zware straffen, zoals het afhakken van ledematen en het uitsteken van ogen, op het stelen van wild dat aan de kasteelheer toebehoorde, het zogenaamde stropen.

Na de Franse Revolutie werden in de landen die door Napoleon
werden veroverd alle privileges aan de adel ontnomen en aan het volk terug gegeven. Ook het privilege van de jacht viel daaronder. Nog steeds vindt men in deze landen een ander systeem van jachtwetgeving.
De Napoleontische tijd had ook gevolgen voor de wetgeving in Nederland. Hier kwam toen een ontwikkeling op gang, die uiteindelijk leidde tot de afschaffing van de "heerlijke" jachtrechten.

In 1923 werd de eerste Jachtwet van kracht. Hierin werd jacht ondergeschikt gemaakt aan het landbouwbelang. De schade die wild aan kan richten aan de landbouwgewassen vond men toen zo belangrijk dat de jacht voornamelijk gericht was op het bestrijden van die schade. Slechts een klein gedeelte van de wet was gewijd aan de belangen van de jacht en over natuurbescherming had men het toen helemaal nog niet

De maatschappij ontwikkelde zich intussen verder en daarmee veranderde ook het jachtbedrijf. Dit leidde in 1954 tot een geheel nieuwe Jachtwet waarin een goede afstemming plaatsvond van de belangen van de landbouw (schadebestrijding), de natuurbescherming (behoud van soorten) en de jacht. In 1977 vond opnieuw een essentiële wijziging plaats en werd het examen ingevoerd dat jagers sinds die tijd moeten afleggen voordat zij mogen jagen.

Afhankelijk van de omstandigheden en de veranderingen in de maatschappij veranderde het jachtbedrijf op deze wijze van noodzaak om in leven te blijven, via zinvolle vrijetijdsbesteding, naar actieve natuurbescherming met de nadruk op faunabeheer.


Wildbeheereenheden (WBE)             Terug naar boven

Wat is een WBE?
Een wildbeheereenheid (WBE) is een lokaal samenwerkingsverband van jagers en jachtopzichters met een werkgebied van 5000 hectare of meer. Er zijn in Nederland circa 300 WBE’s die in totaal meer dan 2 miljoen hectare beheren. De WBE’s zijn aangesloten bij een landelijke organisatie: de Koninklijke Nederlandse Jagers Vereniging (KNJV).

Planmatig faunabeheer
In het kader van verantwoord faunabeheer verzamelen de jagers veel informatie uit het veld. Deze informatie wordt gebundeld in de WBE Databank. Deze gegevensbank is opgezet met als motto "meten is weten". Mede op basis hiervan is het mogelijk om een faunabeheerplan op te stellen. Sinds de invoering van de Flora- en faunawet wordt dit gedaan door de provinciale Fauna Beheer Eenheden (FBE’s). Jagers leveren vaak via de WBE databank de benodigde informatie. Op basis van de faunabeheerplannen wordt bekeken hoeveel afschot er moet plaatsvinden. Door het uitvoeren daarvan zorgen jagers er mede voor dat er in ons land gezonde faunapopulaties blijven.

Wat doet een WBE?
De taken van een WBE liggen op het gebied instandhouding, bescherming en verzorging van fauna en verantwoorde bejaging. Een WBE werkt op lokaal niveau zodat een directe relatie met de omgeving waarin de dieren leven gewaarborgd is. Een greep uit deze taken:

• Aanleg en instandhouding van wildweiden en wildakkers
• Het houden van toezicht in het veld
• Inventarisatie (telling) van fauna
• Aanleveren gegevens aan de FBE
• Bestrijden van wildschade
• Het geven van voorlichting over jacht, beheer en schadebestrijding
• Onderhoud van landschapselementen zoals houtwallen en knotwilgen
• Het installeren en controleren van nestkasten
• Plaatsen van reewildspiegels of wildreflectoren
• Uitvoeren van weidevogelbescherming
• Het leveren van gegevens aan de WBE Databank

Natuurbeheer is samenwerking
Natuurbeschermers en jagers streven hetzelfde doel na: het behoud van de natuur en biodiversiteit. Op veel fronten, zoals bijvoorbeeld in de FBE’s, werken die dan ook met elkaar samen. Regelmatig staan de verschillende groene organisaties, waartoe ook de WBE’s behoren, samen op regionale beurzen en fairs. Ook bij het beschermen van weidevogels, terugdringen van exoten en voorkomen van landbouwschade wordt regelmatig samengewerkt met bijvoorbeeld weidevogelwerkgroepen, agrariërs, etc. Ook onderhouden veel WBE’s contacten met de lokale politiek. Zo kunnen ze bijvoorbeeld projecten die veel invloed kunnen hebben op de natuur in hun directe omgeving, zo goed mogelijk volgen.

Jager worden
Voor jacht, faunabeheer en schadebestrijding gelden strenge regels. Iedereen die daarbij betrokken is dient eerst een pittige opleiding met goed gevolg af te sluiten. Tijdens deze opleiding wordt de aankomende jager onder andere geschoold in:

• Kennis van de flora
• Kennis van de fauna
• Wetskennis
• Veilige omgang met een wapen
• De verschillen tussen jacht, beheer en schadebestrijding
• Schietvaardigheid

TOP

Top
Geschiedenis
Wildbeheereenheid WBE
 
 
 
Top
Geschiedenis
Wildbeheereenheid WBE
Top
Geschiedenis
Wildbeheereenheid WBE